Europrovyl: bijdragen aan persoonlijke en sociale groei

4 nov 2015

Sinds 1970 ontwikkelt en produceert Europrovyl kozijnen. Met bijna 100 werknemers en een productie van gemiddeld 150 kozijnen per dag is Europrovyl momenteel één van de grootste fabrikanten van kunststof kozijnen in Nederland. Sinds vele jaren zijn in het bedrijf twee Wajongers werkzaam. 

Europrovyl ook sociaal actief
Europrovyl ook sociaal actief

Anne de Bruin werkt er al 22 jaar, Robert Kram ruim 10 jaar. Over het werk dat beide heren uitvoeren is het bedrijf zeer tevreden. Ze zien echter vooral wat het werk betekent voor Anne en Robert zelf. “Mede dankzij het werk en de begeleiding die wij ze bieden hebben ze zich in de loop van de jaren zowel sociaal als op persoonlijk vlak goed ontwikkeld”, aldus manager productie Peter van Wijngaarden. “We vinden het belangrijk dat we hen ook naar de toekomst toe kunnen blijven ondersteunen”.

Gegroeid als mens

“Vooral bij Anne zien we dat het werk hem geholpen heeft om te groeien als mens”, zegt Evert Borger, de mentor van Anne. “Door het werk staat hij sociaal maatschappelijk actief in het leven, iets wat zonder werk niet vanzelfsprekend zou zijn voor Anne. Het werk zorgt voor een vaste structuur en een duidelijke doel in zijn dagelijkse bezigheden. Het werk brengt hem ook onder de mensen en maakt hem sociaal wat vaardiger. Binnen het team van collega’s voelt hij zich goed op zijn plek”. Naast werkbegeleiding ondersteunt Evert Borger hem soms ook bij privézaken. Hij ziet dat ze als bedrijf mede dankzij deze begeleiding Anne hebben kunnen helpen bij het zetten van een aantal belangrijke stappen in zijn persoonlijke leven. Zo heeft hij enige jaren geleden zijn rijbewijs gehaald. Ook heeft hij de stap durven zetten om met een groepsreis ‘alleen’ op vakantie te gaan.

Anne is blij met zijn baan bij Europrovyl. “Ik vind mijn werk heel leuk. Ik heb gezellige collega’s. Ik moet ervoor zorgen dat de werkvloer zowel binnen als buiten wordt opgeruimd en schoongehouden. Het staat duidelijk vast wat ik elke dag moet doen, maar toch heb ik ook wel vrijheid om mijn werk in te richten zoals ik het wil. Dat vind ik fijn”. 

Hecht team

Ook voor Robert is de structuur van een vaste baan heel belangrijk. “Voor hem geldt dat hij binnen het werk zelf duidelijk is gegroeid”, zegt Fardau Kamstra, leidinggevende van Robert. Toen hij startte bij Europrovyl heeft hij eerst meegelopen met Anne bij het opruimen en schoonmaken van de werkvloer. Al snel bleek echter dat hij ook actief kon worden ingezet in het productieproces. Hij stapte over naar het ‘ijzer inschuiven’. In de jaren die volgden heeft hij steeds meer verschillende handelingen en werkzaamheden kunnen oppakken.

Dat hij nu al jaren goed meedraait in een reguliere functie is mede te danken aan het feit dat hij is gekoppeld aan één vaste collega, Ronnes Bloembergen. Samen bemannen ze de afdeling ‘draaiende delen’ (deuren en ramen). Werkzaamheden die hij verricht zijn het schoonmaken van de ramen en deuren, rubbers bijknippen, beluchtingsgaten aanbrengen, het zogenaamde ‘stippen’ (kleuren van lasnaden) en het aanbrengen van blikjes in de halven ?heb ik dit goed begrepen@ Robert en Ronnes werken altijd samen, ze beginnen op hetzelfde moment, ze pauzeren op hetzelfde moment en stoppen op hetzelfde moment. “We vormen daardoor een heel hecht team, we zijn goed op elkaar ingespeeld en weten precies wat we aan elkaar hebben”, stellen Ronnes en Robert samen vast. Die vastigheid en hulp van zijn collega biedt Robert extra structuur en ondersteuning bij zijn werk.

Mogelijk dankzij de wajongregeling

Bij Europrovyl zijn ze dus tevreden over Anne en Robert. “Het zijn goede jongens, harde werkers en ze passen prima in het team van collega’s” zeggen Evert Borger en Fardau Kamstra. Peter van Wijngaarden vult aan: “we zijn trots dat ze zich in de afgelopen jaren zo hebben ontwikkeld en zijn blij dat wij daar – door het bieden van werk en begeleiding – een bijdrage aan hebben kunnen leveren”. Wel stelt hij eerlijk dat dit alleen mogelijk was, doordat ze als werkgever een beroep hebben kunnen doen op de loondispensatiemogelijkheden vanuit de Wajongregeling. Het is volgens Peter van Wijngaarden als bedrijf economisch niet haalbaar om medewerkers zoals Anne en Robert – die voltijds werken – ook een volledig salaris te betalen. Hun productiewaarde is daarvoor toch wat beperkt. Door de loondispensatie wordt het gedeeltelijke salaris dat het bedrijf betaalt aangevuld vanuit de Wajonguitkering. Het is dus volgens Van Wijngaarden heel belangrijk dat deze ondersteuning van de Wajongregeling er is en naar de toekomst blijft bestaan. “De regeling stelt bedrijven in staat om zonder veel risico Wajongers in dienst te nemen en te houden. En – wat natuurlijk nog belangrijker is – het biedt de Wajongers de kans op werk en daarmee de mogelijkheid om actief mee te doen in de maatschappij”.   

Een passende functie

Het in dienst hebben van Wajongers vormt geen extra ‘belasting’ voor het bedrijf, zeggen Evert Borger en Fardau Kamstra. Natuurlijk vraagt het inrichten van een passende functie en een passende begeleiding in het begin zeker aandacht. Maar wanneer daar een goede vorm voor is gevonden, loopt het in de praktijk vaak als vanzelf. Zowel Anne als Robert is via een stage vanuit @naam opleiding@ - een school voor speciaal onderwijs – bij het bedrijf terecht gekomen. Die stageperiode is gebruikt om te bepalen hoe ze hen binnen het bedrijf konden inzetten en welke aanpassingen daarvoor nodig waren. 

Zo is voor Anne de Bruin speciaal een functie gecreëerd op basis van werkzaamheden die hem goed liggen. Zelf zegt Anne: “In het begin heb ik gewerkt in de productie en moest ik rubber intrekken. Dat werk beviel me op zich wel, maar het tempo lag voor mij te hoog. Ook vind ik het lastig om teveel dingen tegelijk te doen. Nu ruim ik oud papier op en houdt de werkvloer schoon en dat bevalt me prima”.

Evert Borger geeft aan dat het inderdaad eerst wat zoeken is geweest om te zien wat Anne aankan en hoe hij moet worden aangestuurd. Vrij snel bleek dat hij het best functioneert bij eenduidige, standaard werkzaamheden (één ding tegelijk), een vaste inrichting van de dagen en werk waarbij hij niet onder druk hoeft te presteren. Het schoonhouden en opruimen van de werkvloer bleek voor hem een passende werkplek. De werkzaamheden zijn duidelijk en er is een vaste, heldere weekplanning (elk deel van de fabriek wordt op een vaste dag schoongemaakt). Hij weet hierdoor precies wat hij elke dag moet doen en kan zonder veel hulp zelf aan de slag.

Het vinden van een passende functie is dus belangrijk. Een passende functie wil echter niet altijd zeggen een aangepaste functie. Zo bleek tijdens de stageperiode dat het voor Robert niet nodig was om een aparte functie te creëren. Door hem de kans te geven verschillende werkzaamheden binnen het productieproces uit te proberen en eigen te maken, heeft hij in de loop van de tijd kunnen doorgroeien naar een bij hem passende, reguliere functie.  

Mentor of maat

De dagelijkse begeleiding op de werkvloer is voor Anne en Robert op zich niet aangepast. Net als alle andere collega’s worden ze aangestuurd en begeleid door hun direct leidinggevenden. Wel is het zo dat een uitleg soms wat vaker moet worden herhaald. Ook moeten de leidinggevenden er op bedacht zijn dat ze hen maar één opdracht of taak tegelijk geven. “Met gecombineerde opdrachten (waarbij je zegt doe eerst dit, dan dat en vervolgens dat) kunnen mensen als Anne en Robert niet uit de voeten. Daar raken ze van in de war”, stelt Evert Borger. “Maar na al die jaren dat ze hier werken weten de leidinggevenden wel hoe ze Anne en Robert moeten aansturen “.

Toch heeft Europrovyl bij beide Wajongers gekeken wat ze verder aan begeleiding en ondersteuning nodig hebben om goed te functioneren. Voor Robert was extra begeleiding niet echt nodig. De eerder genoemde koppeling aan zijn vaste ‘werkmaat’ Ronnes Bloembergen bleek de oplossing om hem de extra steun en structuur te geven die hij nodig heeft.

Bij Anne is bewust gekozen voor het aanstellen van een zogenaamde ‘mentor'. Evert Borger geeft aan: ‘Als mentor ben ik de steun en toeverlaat van Anne. Hij kan altijd bij mij terecht als hij op het werk ergens tegen aanloopt of als hij in zijn privéleven ergens mee zit. Vaak is het een gesprekje tussen de bedrijven door, zodat hij zijn hart kan luchten. Soms moet ik hem concreet ergens bij helpen, bijvoorbeeld bij het lezen en afhandelen van de post die hij krijgt vanuit UWV’. Een dergelijke mentor is volgens Borger belangrijk omdat Wajongers zoals Anne het lastig vinden om privé en werk te scheiden. Als er thuis dingen zijn die hem bezig houden merken ze dat op het werk en andersom. Enige afstemming tussen wat er thuis en op het werk gebeurt is daarom goed. Dit is ook een reden waarom Evert Borger af en toe contact heeft met de familie van Anne. Deze extra inzet voor de ondersteuning van Anne ziet Evert Borger niet als extra belasting. Hij vindt het fijn om Anne op deze manier te helpen.    

Waardevolle bijdrage

Bij Europrovyl zijn ze – zoals gezegd – heel tevreden over het functioneren van Anne en Robert. Ze leveren beiden een nuttige bijdrage binnen het bedrijf, Robert in de productie en Anne in een ondersteunende functie. Evert Borger: ‘Hoewel Anne met het schoonmaken geen reguliere functie vervult en geen directe bijdrage levert aan het productieproces, is hij toch heel waardevol omdat hij zijn collega’s ontlast. Zij hoeven minder op te ruimen en kunnen zich daardoor volledig richten op de productie’.Anne en Robert hebben een vast contract. De vraag of ze ook naar de toekomst toe bij Europrovyl willen blijven werken beantwoorden beide heren volmondig met ‘ja’. ‘Hoewel het werk soms wel zwaar is, heb ik het hier erg naar mijn zin’, stelt Robert. ‘Het werk is niet moeilijk, ik weet wat ik moet doen, ik heb leuke collega’s, de sfeer is goed, ik word goed begeleid en heb veel steun aan Ronnes’. Anne sluit zich hier bij aan: ‘Ik ben erg tevreden met mijn werk en mijn collega’s. Ze helpen me wanneer het nodig is en ik kan altijd met al mijn vragen bij hen terecht. Ook vind ik het fijn als ik zie dat aan het eind van de dag – na mijn werk – alles netjes en opgeruimd is’.

Een Wajonger: probeer het eens

Peter van Wijngaarden wil Anne en Robert ook graag naar de toekomst toe als werknemer binnen het bedrijf behouden. ‘Dit is niet alleen belangrijk voor ons bedrijf, maar vooral ook voor Robert en Anne zelf, zodat ze zich wellicht verder kunnen blijven ontwikkelen’. Wel is het volgens hem dan noodzakelijk dat de financiële ondersteuning vanuit de Wajongregeling blijft.

Onder die voorwaarde van financiële ondersteuning raden ze bij Europrovyl ook andere (timmer)bedrijven aan om Wajongers in dienst te nemen. ‘Het zou mooi zijn als ieder bedrijf zich in ieder geval openstelt en wil onderzoeken of een Wajonger in hun organisatie een plek zou kunnen krijgen’, zegt Fardau Kamstra. ‘Het is een kwestie van gewoon eens proberen’, vult Evert Borger aan. ‘Op die manier krijgen veel meer mensen kans op werk en een actieve plaats in de maatschappij’.  

Met dank aan:
Peter van Wijngaarden
, manager productie
Evert Borger, mentor van Anne de Bruin
Fardau Kamstra, leidinggevende van Robert Kram
Anne de Bruin, medewerker schoonmaak           
Robert Kram, medewerker ‘draaiende delen’